A wire figure is held in different ways in a bundle of parallel light rays, so that different shadow figures are created in a plane perpendicular to the light rays. In this way one can form:
(a) an isosceles triangle;
(b) an isosceles triangle with altitude from the apex;
(c) a rectangle containing an isosceles triangle;
(d) a rhombus with one diagonal.
The wire figure consists of eight straight pieces of iron wire, with each piece connected to both ends are attached to at least one other piece. Determine a figure corresponding to the above description is satisfactory, and indicate the direction of the light rays at which the shadow figures (a) to (d) arise.[hide=original wording]Men houdt een draadfiguur op verschillende manieren in een bundel evenwijdige lichtstralen, waardoor er in een vlak loodrecht op de lichtstralen verschillende schaduwfiguren ontstaan. Op deze wijze kan men vormen:
(a) een gelijkbenige driehoek;
(b) een gelijkbenige driehoek met hoogtelijn uit de top;
(c) een rechthoek met daarin een gelijkbenige driehoek;
(d) een ruit met één diagonaal.
De draadfiguur bestaat uit acht rechte stukjes ijzerdraad, waarbij ieder stukje aan beide
uiteinden aan tenminste één ander stukje vastzit. Bepaal een figuur die aan bovenstaande
beschrijving voldoet, en geef de richting van de lichtstralen aan waarbij de
schaduwfiguren (a) tot en met (d) ontstaan.